Tips

Hieronder lees je over de volgende onderwerpen:

Planning
Huiswerk
Woordjes leren
Grammatica
Zaakvakken / Samenvatting
Wiskunde
Toets maken
PTA / Examenjaar
Tas inpakken
Meer tips

 

Planning 

Zorg voor een aparte planningsagenda: op papier of digitaal
Je kunt zelf een planningsagenda op papier maken of een papieren schoolagenda kopen. 
Er zijn ook verschillende speciale planningsagenda’s te koop (even zoeken via Google).
Je kunt een eigen digitale planner in bijvoorbeeld een spreadsheet maken, een digitale planner kopen (zie Google). 
Als je gebruik maakt van smallAcademy’s Huiswerkplek kun je van ons een eenvoudige digitale huiswerkplanner via Google Drive krijgen. 

De meeste scholen gebruiken een online platform waarin huiswerk wordt genoteerd, bijvoorbeeld Magister, SOMToday. 
Controleer iedere dag welk huiswerk er in staat. 
Plan al het huiswerk in je planningsagenda. Plan dus ook vooruit! 
Houd je aan de planning!

Bedenk bij de planning hoeveel tijd je per onderdeel nodig denkt te hebben, zodat je ook weer niet te veel huiswerk op een dag plant. Houd er ook rekening mee, dat er in de volgende dagen nog huiswerk bij kan komen. 
Verdeel leerwerk in kleine stukken over de dagen en herhaal steeds wat je al geleerd hebt. 
Leer de stukken altijd meteen goed – alsof je er de volgende dag een toets over hebt. Denk niet: ik heb nog een paar dagen. 
Herhaal regelmatig, ook al is het leerwerk nog niet voor een toets. Als je je huiswerk steeds goed leert, hoef je het over het algemeen alleen te herhalen voor een toets. Vergeet ook niet om gemaakte oefeningen te herhalen. Zorg er wel voor dat alles goed/foutloos is ingevuld in je schrift/werkboek. 
Begin steeds met het huiswerk dat het eerst klaar moet zijn. En/of doe huiswerk dat je het minst leuk vindt eerst, dan ben je daar van af. 
Zorg dat je uiterlijk 2 dagen voor een toets alles goed geleerd hebt. De laatste dagen gebruik je om te herhalen.

Noteer in je planner ook dat je de lessen die je die dag gehad hebt, nog een keer doorneemt. Het zit dan nog vers in je geheugen. Bekijk daarbij of alles duidelijk is. Heb je nog vragen, dan kun je die de volgende les aan de docent stellen. 
Als alles duidelijk is, zul je merken dat dat ook van voordeel is voor de rest van het hoofdstuk. Wacht dus niet tot vlak voor een toets. 

Spreek met jezelf af wanneer je aan je huiswerk begint. Als je uit school komt drink/eet je bijvoorbeeld eerst iets en daarna ga je met je huiswerk aan de slag. Zo heb je ‘s avonds nog tijd over voor andere dingen. En heb je een goed gevoel, omdat je niet steeds hoeft te denken: Ik moet nog huiswerk doen. Hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt om te beginnen. 

Probeer om alles op maandag tot en met vrijdag in te plannen, zodat je in het weekend geen huiswerk meer hoeft te doen en je alle tijd hebt voor andere dingen. Of je herhaalt in het weekend datgene wat je nog lastig vindt en als je een toets op maandag hebt.
Het weekend kun je dan ook gebruiken om bij te werken, wat je die week niet af hebt kunnen krijgen. 
Op dagen dat je niet veel huiswerk in je planner hebt staan, kun je alvast vooruit werken of iets herhalen wat je moeilijk vindt. 

Houd bij je planning ook rekening met andere activiteiten, zoals sport, muziekles, hobby’s enz.

Als je klaar bent met een vak, vink je dit af in je planningsagenda. Het werkt motiverend, als je ziet wat je al gedaan hebt. 

Als je een boek moet lezen, kun je dit ook het beste in je planning zetten. Noteer hoeveel bladzijden/hoofdstukken je per dag leest. En/of lees in het weekend.
Begin op tijd met het maken van boekverslagen, spreekbeurten, werkstukken enz. Neem dit ook op in je planning. Meestal weet je ruim van tevoren wanneer het klaar moet zijn. Zorg er in je planning voor dat je het uiterlijk een week van tevoren klaar hebt. Je hebt dan eventueel nog wat speling. Denk ook hier niet: dat komt wel. 

 

Huiswerk

Als je een goede planning maakt en je je daar ook aan houdt, zul je merken dat het steeds makkelijker gaat, dat je betere resultaten ziet en dat je tijd overhoudt voor andere dingen. 

Werk niet lange tijd aan een stuk door, wissel maak- en leerwerk af en houd af en toe een korte pauze (stel eventueel een timer in). Als je merkt dat je je niet meer kunt concentreren, houd ook dan even een korte pauze om even te ontspannen. Daarna zal het weer beter gaan. 

Maak je huiswerk op een rustige plek en laat je niet afleiden door je telefoon, tablet of laptop, sluit chatprogramma’s, pushberichten, games enz. af of zet je telefoon uit. Beter nog: leg je telefoon – en als je het niet nodig hebt voor je huiswerk, ook je tablet of laptop – in een andere ruimte tot je klaar bent. Laat je niet storen door muziek, tv, vrienden, huisgenoten. Zorg dat je geconcentreerd kunt werken. 

Schuif huiswerk niet vooruit, zodat je misschien in tijdnood komt en niet goed genoeg geleerd hebt voor bijvoorbeeld een toets. Als je op tijd begint met leren, voorkom je stress. 

Belangrijk is natuurlijk ook dat je tijdens de les goed oplet. Als iets niet duidelijk is, kun je het meteen vragen. Maak aantekeningen. 

Als je tijdens het leren iets tegenkomt, wat voor jou niet duidelijk is / wat je nog niet begrijpt, schrijf die vraag dan direct op en stel hem de eerstvolgende les aan de docent. Of je vraagt of je ouders/verzorgers je kunnen helpen. Wacht hier in ieder geval niet mee tot de laatste dag.

Laat je steeds overhoren (ook de herhalingen en leerwerk dat niet voor een toets is) en wacht niet tot de laatste dag voor een toets. Als dan blijkt, dat je iets nog niet goed kent, heb je geen tijd meer om het goed te leren. 

Een goede en leuke manier van leren is samenwerken met een klasgenoot. Overhoor elkaar. Jullie leren daar allebei van. 
Je kunt ook een toets of quiz voor elkaar maken. 

 

Woordjes leren

Iedereen leert woordjes op zijn eigen manier. Zoek uit wat voor jou het beste werkt.

Enkele tips:
Belangrijk is dat je de woordjes opschrijft. Je schrijft ze eerst gewoon een keer over uit het boek/van de website. Als je ze geleerd hebt, dek je de woorden af en schrijf je de vertaling op om jezelf te overhoren. Let erop dat je de woorden foutloos opschrijft, met accenten, umlaut enz. 

Verdeel de woordjes die je die dag moet leren in kleine blokjes van bijv. 5 of 8 woorden. Ga pas met het volgende blokje verder, als je het eerdere goed kent. 

Maak kaartjes: aan de ene kant schrijf je het woord in de vreemde taal (foutloos), aan de andere kant de Nederlandse vertaling. Maak de kaartjes bij voorkeur zelf, zodat je al tijdens het schrijven oefent. 
Pak een kaartje van de stapel en overhoor jezelf. Heb je het in 1x goed, dan leg je het kaartje op de stapel ‘goed’, ken je het woord nog niet, dan leg je het op de stapel ‘nog een keer’. Ga door tot er geen kaartjes over zijn in de ‘nog een keer’ stapel.

Je kunt digitale woordjesoverhoorprogramma’s gebruiken. Maar gebruik deze niet alleen. Overhoor jezelf ook door de woordjes op te schrijven. Schrijven is anders dan typen. Tijdens de toets moet je ze ook schrijven.

Leer woordjes niet te lang achter elkaar. Wissel af met een ander vak/onderdeel. 

Laat je (schriftelijk) overhoren door je ouders/verzorgers.

 

Grammatica

De enige manier om te controleren of je het geleerde grammaticaonderdeel beheerst, is om dit te oefenen. Maak/herhaal (extra) oefeningen in je werkboek en zoek oefeningen over de betreffende grammatica op internet. Via Google zijn heel veel oefeningen te vinden en bij de meeste kun je controleren hoe je het hebt gemaakt. 
Heb je nog te veel fouten, leer dan nog een keer of vraag extra uitleg (dit kan vaak ook via Youtube-filmpjes). 

Het is beter om verschillende talen niet direct na elkaar te leren.

 

Zaakvakken / Samenvatting
Leervakken zoals aardrijkskunde, biologie, geschiedenis enz. 

Om een grotere tekst te leren kun je het beste een samenvatting maken. 
Een samenvatting maken lijkt veel werk. Maar omdat je geconcentreerd met de tekst bezig bent, ben je al bezig met leren. 
Je kunt de samenvatting digitaal maken, maar het is beter om het op papier te maken. Op deze manier onthoud je het beter. 

Lees de tekst eerst intensief helemaal door, zodat je weet waar het over gaat. Het is belangrijk dat je het begrijpt. Begrijp je iets nog niet, vraag dan (eerst) om uitleg.

Daarna haal je alle belangrijke informatie uit de tekst en zet deze in je samenvatting (bijvoorbeeld met behulp van steekwoorden). Vaak staan er per hoofdstuk of paragraaf leerdoelen vermeld. Je kunt je samenvatting aan de hand van deze leerdoelen maken. Je weet dan dat de belangrijkste punten in ieder geval in je samenvatting staan.
In een samenvatting wordt de inhoud in verkorte vorm opgeschreven. Voorbeelden in de tekst dienen als uitleg, die komen niet in de samenvatting. De samenvatting moet duidelijk zijn (zodat jijzelf, maar ook een ander het begrijpt).

Je haalt de hoofdgedachte uit de tekst: waar gaat de hele tekst over in één zin (titel van je samenvatting).
Vervolgens zoek je de kernzinnen van alinea’s. Dat is de belangrijkste zin van een alinea, waarin de alinea samengevat wordt. 

Maak korte zinnen. Schrijf van begrippen de definitie op. Maak lijstjes met de belangrijke punten/begrippen.
Schrijf de tekst niet letterlijk over, maar in eigen woorden, zodat je het zelf begrijpt. 
Soms is het handig om tekeningen of tabellen te maken.
Zorg ervoor dat de inhoud van je samenvatting overeenkomt met de informatie in je boek. 

Als je een goede samenvatting hebt gemaakt, kun je aan de hand hiervan voor de toets leren.

Als je alles goed geleerd hebt, ga je oefeningen / extra opgaven maken. In veel boeken staat een diagnostische toets aan het einde van het hoofdstuk. Op deze manier ontdek je of er nog dingen zijn die je moet herhalen. 
Maak die extra oefeningen / diagnostische toets niet de laatste dag voor de toets. Dan heb je niet voldoende tijd meer om het nog een keer te leren.  

 

Wiskunde

Bij wiskunde gaat het vooral om veel oefenen.
Oefenen doe je niet alleen thuis, maar ook al met de opdrachten die je in de les maakt. 
Luister goed naar de uitleg van de docent. Is iets niet duidelijk, vraag het dan meteen.
Bij het maken van de opdrachten gaat het erom dat je alle stappen duidelijk, netjes en gestructureerd opschrijft. Je laat dus de hele uitwerking zien, hoe je aan je antwoord bent gekomen. 

Begrijp je bij het maken van je huiswerkopdrachten iets niet, dan kun je uitlegfilmpjes over het onderwerp opzoeken op YouTube. Kom je er nog niet uit, vraag het dan aan je docent.

Let er goed op bij het bespreken van het huiswerk of je de opdrachten goed hebt gemaakt. Schrijf verbeteringen erbij, bij voorkeur met een andere kleur, zodat je kunt zien waar je nog extra op moet letten. Of kijk alle opdrachten na met behulp van een antwoordenboekje. 

Zorg dat je alles ruim op tijd begrijpt. Het is niet handig als je de avond voor de toets erachter komt, dat iets nog niet duidelijk is.

Voor een toets begin je op tijd met oefenen van opgaven en leren van de formules. 
Plan de toetsstof ruim op tijd in. Je leert en oefent bijvoorbeeld iedere dag een paragraaf. 
Achter het hoofdstuk staan vaak ook nog herhalingsopgaven.
Belangrijk: blijf oefenen! Hoe vaker je oefent, hoe beter: uit je boek, via de online leeromgeving van de methode. Extra oefenmateriaal vind je ook via Google.

Als je denkt dat je het goed kent, maak je de diagnostische toets 2 of 3 dagen voor de toets. Blijkt dat je iets toch nog niet goed doet, dan heb je nog tijd om dit opnieuw te leren/oefenen.

 

Toets maken

Probeer er van tevoren achter te komen wat voor soort vragen je zult krijgen, zoals open vragen, multiple choice vragen, kennisvragen, toepassingsvragen, inzichtvragen, invuloefeningen. 
Als je je goed hebt voorbereid, hoef je je niet zenuwachtig te maken. 

Lees eerst alle vragen op de toets door. Mocht iets niet duidelijk zijn, vraag het dan aan de docent.
Werk rustig, schrijf duidelijk.
Als je het antwoord op een vraag niet weet, sla deze vraag dan even over. Het is zonde van de tijd, als je hier te lang over nadenkt en misschien niet voldoende tijd hebt om de hele toets af te maken en eventueel punten te missen voor vragen die je wel had geweten. Markeer de vraag die je overslaat met een kruisje of cirkel, zodat je weet welke vraag je nog moet beantwoorden, als je klaar bent met de rest.
Beantwoord een vraag altijd. Laat het antwoord niet open. Probeer te bedenken wat goede antwoorden zouden zijn en kies dan het antwoord wat je het beste lijkt.
Als je alle vragen beantwoord hebt en je hebt nog tijd, neem dan al je antwoorden nog eens goed door en kijk of je goed en volledig geantwoord hebt. 
Als de tijd om is en je bent nog niet klaar, bespreek dan met de docent of je het af mag maken.

 

PTA / Examenjaar

Het examenjaar (maar ook een deel van het schooljaar ervoor) staat in het teken van schoolexamens/PTA’s en uiteindelijk het Centraal Examen. 

Als het goed is, heb je een PTA-overzicht gekregen, waarin informatie staat over examentoetsen, handelingsdelen, leesdossier en profielwerkstuk. 
Met behulp van dit PTA-overzicht kun je per periode een planning maken. 

Verdeel de leerstof in de stukken (bijvoorbeeld hoofdstukken) die je per week wilt leren en bepaal dan op welke dag je aan welke vakken je wilt werken. Je kunt iedere dag een deel van ‘alle’ vakken doen (bijvoorbeeld een paragraaf) of je doet op de ene dag grotere delen van een paar vakken en een andere dag weer andere vakken. 
Plan ook herhalen in. Kies wat voor jou het fijnst werkt. 
Zorg ervoor dat je een week of twee voor de toetsweek alles al geleerd hebt, zodat je de laatste weken alleen nog hoeft te herhalen. Plan dit herhalen ook in. 
Op de dag voor de toets herhaal je alles nog een keer. 
Op de dag van de toets zelf kun je beter niet meer herhalen. Het kan zijn dat  je jezelf daar alleen maar zenuwachtig mee maakt.
Ook hier geldt: kom je tijdens het leren iets tegen wat je nog niet goed begrijpt, schrijf het op en vraag het aan de docent of iemand anders die je ermee kan helpen. 

Plan ook je handelingsdelen, leesdossier en profielwerkstuk. Zorg er hierbij voor dat je ruim op tijd klaar bent, zodat je nog speling hebt voor eventuele aanpassingen of als je tijd tekort bent gekomen. 

Centraal examen
Het centraal examen start meestal direct of vlak na de meivakantie.
Bij het centraal examen wordt alle kennis, die je in de voorgaande schooljaren hebt opgedaan, getest. Het is dus eigenlijk één grote herhaling. 
De examens voor de talen bestaan uit leesteksten. Oefen deze ook regelmatig. Woordkennis is natuurlijk handig. Je mag een woordenboek gebruiken, maar woorden opzoeken kost tijd. Zorg dat je de signaalwoorden van de betreffende taal kent. 

Plan zo dat je voor de meivakantie alles geleerd en herhaald hebt. Dan hoef je in de meivakantie alleen nog die dingen te herhalen die je moeilijk vindt en heb je ook nog tijd om te ontspannen. Tijdens de examenweek zelf herhaal je de dag voor de toets nog een keer.
Op examenblad.nl en cito.nl kun je oefenen met examens uit voorgaande jaren. 

Tijdens de examenweek is het belangrijk dat je ontspannen bent. Door stress kun je je niet goed concentreren. Als je je goed hebt voorbereid, is het niet nodig om zenuwachtig te zijn.
Probeer in deze periode geregeld te leven. Ga op tijd naar bed, zodat je uitgerust op je examens komt. Maar sta ook op tijd op. Ook voldoende eten en drinken is belangrijk. 
Je kunt je dan beter concentreren.

Het is hard werken in het laatste schooljaar, maar bedenk dat je na je examen kunt genieten van een lange en welverdiende vakantie!

 

Tas inpakken

Pak je tas de avond van tevoren al in en kijk goed of je al je boeken en alles wat je verder nodig hebt, inpakt. Op deze manier is de kans kleiner dat je iets vergeet of dat je in paniek iets niet kunt vinden. Vergeet ook je gymspullen niet. 

En als je direct uit school naar smallAcademy’s Huiswerkplek gaat: denk bij het inpakken ook aan de boeken/schriften enz. die je daar nodig hebt. 

 

Meer tips

Het is belangrijk dat je goed uitgerust bent. Ga op tijd naar bed, dan zal het op school makkelijk gaan.

Neem ‘s morgens de tijd voor ontbijt. Zorg ook dat je voldoende eten en drinken meeneemt voor de pauzes. Als je trek hebt, kun je je minder goed concentreren. 

Als je met de fiets naar school gaat, zorg er dan voor dat je lichten goed werken (controleer dit de avond tevoren). Neem eventueel extra losse fietslampjes mee. 
Controleer de avond tevoren of je geen lekke band hebt, zodat je ‘s morgens niet voor verrassingen komt te staan.

Ga ruim op tijd weg van huis, of je nu met de fiets, lopend of met het OV gaat. 

Draag je tas niet op je rug tijdens het fietsen om rugklachten te voorkomen. Bind je tas goed vast op de bagagedrager of zet hem in een fietsmand. 

Als je uit school naar huis gaat, zorg dan dat je alles weer bij je hebt. Controleer of er niets achter is gebleven in je kluisje wat je nodig hebt voor je huiswerk. 

Zorg dat je naast huiswerk maken en leren genoeg tijd overhoudt voor je hobby’s, sport en vriend(inn)en. Ook dit is belangrijk!

Gooi aan het einde van het schooljaar je werkboeken, schriften en eventuele eigen schoolboeken niet weg. Het kan zijn dat je ze in volgende schooljaren nog een keer nodig hebt of dat het handig is om onderdelen te herhalen. 

Als je naar de brugklas gaat is alles nieuw en spannend. Bedenk dat je niet de enige bent voor wie dit geldt. Het kan heel goed zijn, dat niet alles duidelijk is. Als je iets niet weet of moeilijk vindt, vraag het dan aan je mentor of aan een docent. 

Ook al ben je goed voorbereid voor een toets, het kan toch zijn dat het resultaat niet is waarop je gehoopt had. Geef niet op! Denk niet: Ik kan het niet! Leer van de fouten die je gemaakt hebt, bekijk waar je de volgende keer op moet letten. 

Als de toets niet in de klas besproken wordt, vraag dan of je je toets kunt inzien (daar heb je recht op). Helaas is het zo dat je je werk meestal niet mee mag nemen. Noteer dan wat er fout is gegaan of maak een kopie/foto van je werk. 

Het kan zijn dat je je ouders zeurpieten vindt, als ze steeds vragen of je huiswerk al klaar is. Bedenk dat ze dat niet voor zichzelf vragen, maar dat ze jou daarmee willen helpen. En vraag ook of ze jou helpen door te overhoren en vraag ze eventueel om uitleg. 

 

 

Privacy Policy Settings